Ga naar de inhoud
Home » Blogs » La Guajira: Cabo de la Vela & Punta de Gallinas

La Guajira: Cabo de la Vela & Punta de Gallinas

    La Guajira, een uitgestrekt woestijngebied uiterst in het noorden van Colombia, heeft onze verwachtingen volledig overtroffen. Wat we vooraf hadden gelezen over deze regio, de uitdagingen, de armoede en de bijzondere cultuur van de Wayuu-bevolking, bleek maar een fractie van het verhaal. Onze eigen ervaringen met overlanden in La Guajira, op weg van Cabo de la Vela naar Punta de Gallinas, kleurden deze reis op manieren die we vooraf nooit hadden kunnen bedenken.

    Spoiler alert! Onze ervaring is heel anders dan wat we van tevoren op diverse platformen hebben gelezen en gezien. Wat wij hier vervolgens beleefden, gaat verder dan je je kunt voorstellen.

    Overlanden La Guajira, Punta Gallinas

    Op weg naar het noorden: het land van de Wayuu  

    Het noordelijke deel van Colombia wordt bewoond door de Wayuu, met zo’n 600.000 mensen de grootste inheemse bevolkingsgroep van Colombia én Venezuela. Hier maken zij de dienst uit, en naar het schijnt heeft de politie hier niet (veel?) te vertellen. Dat is niet zomaar zo: de Wayuu zijn een van de weinige inheemse volken in heel Zuid-Amerika die nooit door de Spanjaarden zijn onderworpen. Terwijl de Spaanse kroon grote delen van het continent koloniseerde, wisten de Wayuu hun schiereiland ruim driehonderd jaar te verdedigen, met kennis van het onherbergzame terrein en, later, met paarden en geweren die ze van diezelfde kolonisten hadden overgenomen. Toen Colombia in 1819 onafhankelijk werd, was La Guajira nog altijd volledig in Wayuu-handen.

    De Wayuu zijn een van de weinige inheemse volken in Zuid-Amerika die nooit door de Spanjaarden zijn onderworpen.

    Hoewel er niets concreets mis was, voelden we ons soms wat ongemakkelijk door de schrijnende contrasten tussen onze comfortabele camper en de eenvoud van het lokale leven. Misschien was het de cultuurshock, misschien onze eigen vooroordelen of de verhalen die we meegekregen hebben. Wat in ieder geval hielp: beseffen dat we niet zomaar door “een arm gebied” reden, maar door het gebied van een volk dat al eeuwenlang zijn eigen regels, eigen rechtspraak en eigen manier van leven succesvol overeind houdt. 

    We bevinden ons nog in Cartagena, waar we de camper hebben ingeklaard. Al snel besluiten we noordelijker te trekken. Onze motivatie? We willen graag de woestijn in, onze auto testen in het zand en de warmte, én het meest noordelijke punt van Zuid-Amerika bereiken: Punta Gallinas. 

    Toch twijfelden we. We lazen veel verhalen over roadblocks en de armoede in deze regio. We besluiten de knoop later door te hakken en beginnen nu eerst aan onze reis naar Cabo de la Vela.  

    Cabo de la Vela: de poort naar het hiernamaals  

    Onderweg naar Cabo de la Vela merken we al snel dat de afstanden hier niet te vergelijken zijn met Europa. Niet alleen lijken ze korter op de kaart, maar de kilometers die je per uur aflegt zijn aanzienlijk minder.  

    Een groot deel van de route brengt ons over een asfaltweg, die afwisselend door sloppenwijken, dorpen en steden gaat. Hoewel we ons hier niet helemaal comfortabel voelen, is er niets aan de hand. Toch hebben we (achteraf) soms het gevoel dat dit ongemak meer te maken heeft met een cultuurshock dan met de werkelijke situatie.

    Na uren rijden verruilen we het asfalt voor gravel. Daarom laten we de banden wat leeg lopen, wat ervoor zorgt dat we comfortabel door kunnen rijden. Op gravelwegen met wasbordjes is het belangrijk om de juiste snelheid te vinden: wij rijden hier 90 km/h, precies de cadans die nodig is om over de topjes te blijven rijden.

    Voor het laatste stuk van de route naar Cabo de la Vela verlaten we de hoofdweg en nemen een backroad, die slingert door een glooiend landschap vol cactussen en eindeloze uitzichten. Dit is precies waarom je met een 4×4 rijdt! Bij aankomst in het dorp zijn we verrast door de armoedige uitstraling. De zandwegen en hutjes van planken geven een andere indruk dan we hadden verwacht. Toch merken we dat veel bewoners het helemaal niet slecht hebben, en zien we regelmatig nieuwe iPhones en gouden kettingen.  

    Pas later leren we waarom dit dorpje zo veel meer is dan een verzameling plankenhutjes aan zee. Voor de Wayuu heet deze plek Jepira, en het is heilige grond: de plek waar de zielen van overledenen naartoe reizen om te rusten bij hun voorouders, de poort naar het hiernamaals. Terwijl toeristen hier vooral komen voor de wind, komen de Wayuu hier al generaties lang voor iets veel groters.

    Voor de Wayuu is dit dorp Jepira: heilige grond, waar de zielen van overledenen naartoe reizen om te rusten bij hun voorouders.

    Kitesurfen in een van ’s werelds beste spots  

    We besluiten een week in Cabo de la Vela te blijven, waar we kamperen bij Tawi’s Kiteschool. Hier krijgen we kitesurflessen van een wereldkampioen. Voor de jongeren in het dorp is kitesurfen een grote hobby én een kans. Na een week les kunnen we allebei redelijk staan op het board en de kite onder controle houden, ontzettend gaaf!

    Dat het hier zo goed kitet, is geen toeval. Cabo de la Vela geldt als een van de beste kitesurfspots ter wereld: dankzij de constante passaatwinden waait het hier zo’n 330 dagen per jaar met 18 tot 25 knopen, bij een vlakke zee. Van januari tot september is de wind het meest betrouwbaar, precies het seizoen waarin wij hier rondreden.

    Overdag waait er een stevige windkracht 5, maar onze camper houdt zich uitstekend. Met temperaturen van boven de 30 graden is het wel een uitdaging om te slapen, maar het briesje dat ’s avonds door onze tent waait, als we beide zijkanten en de achterkant open ritsen, maakt alles dragelijk. Even denken we terug aan toen we een hoge cabine zonder hefdak hadden, die was in de avond niet af te koelen.

    330 dagen per jaar wind, 18 tot 25 knopen: Cabo de la Vela geldt als een van de beste kitesurfspots ter wereld.

    Onze camper hield het in de hitte van de woestijn moeiteloos vol, ook zonder airco: geen benauwde nachten, geen oververhitte cabine. Benieuwd hoe de Pioneer dat voor elkaar krijgt?

    Punta de Gallinas: de route met vele roadblocks

    Of we verder zouden reizen naar het uiterste noorden, wisten we nog niet zeker. We hadden verhalen gehoord en gelezen over wegblokkades waar locals ’tol’ eisen in de vorm van rijst, snoepjes of koffie. De lokalen zouden niks hebben en de tol is een kleine bijdrage om door hun gebied te mogen rijden. Echter weet de eigenaresse van de kiteschool te vertellen dat dit niet voortkomt uit armoede, maar uit een traditie die ontstaan is doordat toeristen en gidsen ooit snoep uitdeelden. Later begrijpen we dat dit soort onderhandelen dieper in de Wayuu-cultuur zit dan alleen tol vragen aan toeristen: bemiddelen en onderhandelen is bij de Wayuu een officieel systeem, met een eigen bemiddelaar (de pütchipü’üi, ofwel “palabrero”) die geschillen tussen families oplost. De UNESCO erkent dit zelfs als immaterieel cultureel erfgoed. Die vrouw bij het eerste roadblock was dus, zonder dat we het doorhadden, gewoon heel goed in haar vak.

    Na een week besluiten we toch verder te reizen naar Punta Gallinas, het meest noordelijke punt van Zuid-Amerika. We ontmoeten een Zwitserse meid die graag met ons mee wil reizen. Met vier zitplaatsen in onze auto is dat geen probleem.  

    Al snel na het verlaten van de hoofdweg komen we het eerste roadblock tegen. Een vrouw loopt naar onze auto en steekt zwijgend haar hand uit. Met een blik van “je weet wat je moet doen” geven we haar koffie, maar tot onze verbazing gooit ze dit terug: het is niet het juiste merk. Uiteindelijk eist ze geld, maar zelfs dat accepteert ze niet omdat ze het te weinig vindt. Na zo’n 40 minuten wachten en onderhandelen laat ze ons toch passeren.  

    Dit tafereel herhaalt zich zo’n 20 tot 30 keer alleen al in het eerste dorp. Vaak zien we mensen, die er tot onze verbazing erg gezond uitzien, met gouden sieraden en iPhones. Het zet ons aan het denken over hoe eenzijdig de verhalen van bekende blogs en vlogs soms zijn: armoede bestaat hier zeker, maar het is niet het hele plaatje. 

    Een fles water die alles relativeert

    Toch zijn er uitzonderingen! Halverwege de route komen we weer roadblocks tegen, echter laten de bewoners de touwen al zakken voordat we aankomen. Op een gegeven moment staat er een jong gezin dat om “agua” vraagt, dit gezin ziet er slecht uit en we besluiten alsnog te stoppen. We vragen of ze zelf een drinkfles hebben, en al snel wordt er een 1,5 liter fles gehaald. We vullen de gehaalde fles en vervolgen onze route, in onze spiegels zien we hoe ze om de beurt een paar grote slokken nemen en de fles is al bijna leeg voordat we weg zijn.

    Het is zo triest om te zien hoe dorstig ze waren dat we besluiten om een hervulling te geven. We rijden achteruit en zien hun verbaasde gezichten. Als we aanbieden om de fles nogmaals te vullen zijn ze zo blij en drinken ze de rest van de fles leeg. We vullen de fles een 2e keer en zijn zeer ontroerd dat mensen zo blij kunnen zijn met iets wat voor ons zo standaard is. Zelfs tijdens het reizen maken wij ons totaal geen zorgen om schoon drinkwater. We hebben 93 liter aan boord en zorgen met behulp van een filter dat er altijd schoon drinkwater inzit — een klein detail van onze camper waar we op dat moment heel dankbaar voor waren.

    De zoektocht naar de route door La Guajira

    De weg naar Punta de Gallinas was nog uitdagender dan die naar Cabo de la Vela. Zandpaden werden steeds vager, en we moesten constant navigeren om niet in de modder of het verkeerde gebied te belanden. De dreiging van guerrilla-strijders in het oosten en de kans om vast te komen zitten in de modder in het westen maakten het spannend. Op een gegeven moment reden we per ongeluk een moddergebied in. Met nergens om ons heen een ankerpunt om ons eventueel los te lieren stapte Jerry uit om de situatie te checken. Niet veel verder lopen zakte hij weg in de zachte ondergrond, waarna wij besloten dat doorrijden geen goede keuze was. Dus we reden voorzichtig achteruit, en vervolgden een van de vele andere bandensporen hier. 

    Onze activiteit in Punta de Gallinas

    Na ruim 10 uur komen we aan bij het eerste hostel, waar het onthaal alles behalve welkom is, en het niet schoon is, waardoor onze gast niet graag een kamer huurt. We besluiten, ondanks dat het schemerig is, door te zoeken naar wat anders. Aangekomen in het 2e hostel is dat een veel beter welkom, er zijn veel toeristen, onze gast vindt een fijne slaapplek en in de avond volgen we een verhaal over de inheemse bevolking. Helaas was het geheel in het Spaans en konden we er niet heel veel van volgen. 

    De meeste toeristen komen hier met een tour en slapen hier 1 nacht. Gelukkig hebben wij de luxe dit zelf te kunnen bepalen en hebben een hele dag in Punta de Gallinas gepland. In de ochtend gaan we nog een keer kitesurfen op prachtig vlak water, langs de mangroves, werkelijk fantastisch! Vlakbij liggen de duinen van Taroa, waar de Guajira-woestijn recht in de Caribische Zee overloopt: je klimt naar de top van een zandduin en rolt of rent zo het water in. Het is een van de weinige plekken ter wereld waar woestijn en oceaan elkaar zo direct raken, en ook hier kitesurfen ervaren surfers voor een extra uitdaging.

    Na onze kitesessie gaan we naar het meest noordelijke punt. De plek zelf is wat saai, op een vuurtoren na: de Faro de Punta Gallinas, gebouwd in 1989 en met 18 meter de meest noordelijke vuurtoren van heel Zuid-Amerika. Het idee dat we hier, met onze eigen camper, helemaal naar de bovenste punt van het continent zijn gereden, is toch wel bijzonder. We maken wat foto’s en gaan terug naar het hostel waar we weer parkeren voor de nacht.

    Terugreis: Uitdagingen en Snelheid  

    Bij het wegrijden voor de terugreis rijden we tegelijk weg met een lokale tourgids en besluiten we die te volgen. Na een stukje rijden waarschuwt hij ons dat de route zwaar wordt en dat een 4×4 essentieel is. We bevestigen dat we een 4×4 hebben om hem gerust te stellen. We rijden door prachtige zandduinen, maar merken al snel dat we vergeten zijn de 4×4 in te schakelen. Gelukkig komen we niet vast te zitten en rijden we probleemloos verder.  

    De gids heeft een hoog tempo en rijdt met 80 km/h door de woestijn. Jerry houdt zijn volledige focus op de weg, terwijl Anniek en onze gast druk bezig zijn met navigeren en een poging tot filmen. Aangekomen bij de touwtjes geeft de gids aan dat we niets moeten geven. Na wat onderhandelen wordt het touwtje losgemaakt en kunnen we doorrijden.

    De technieken van de gids variëren erg. Soms rijdt hij met 40 à 50 km/h door de touwtjes heen, soms stopt hij. Bij de touwtjes zitten wij bumper aan bumper zodat de lokalen de touwtjes niet tussen ons door omhoog kunnen halen. Een aantal lokalen lukte het om het touwtje alsnog tussen onze auto’s omhoog te krijgen, maar remmen binnen een meter met een snelheid van 40 km/h of sneller, dat gaat natuurlijk niet! De auto heeft een litteken van een ketting die gespannen werd, maar laten we het maar een herinnering noemen.

    Ondanks de uitdagingen houden we de gids goed bij. Hij en zijn passagiers zijn onder de indruk dat we ze bij kunnen houden. Wat zijn we trots dat de auto zo goed rijdt dat dit mogelijk is met een camper! De terugreis, die 4 uur duurt in plaats van 10, is zwaar maar ontzettend gaaf.  


    Conclusie: Een onvergetelijke ervaring in La Guajira  

    Overlanden in La Guajira biedt een unieke combinatie van ruige natuur, eeuwenoude cultuur en uitdagende routes. Het is een van de weinige plekken waar je in een paar dagen tijd kitesurft op wereldklasse-spots, over duinen rijdt die rechtstreeks de zee in lopen, en het meest noordelijke puntje van een heel continent aantikt. Hoewel het gedrag van sommige bewoners ons soms tegenviel, zijn de uitzichten, de ontmoetingen en de ervaringen absoluut de moeite waard. Voor liefhebbers van avontuur en 4×4 rijden is dit een bestemming die je niet mag missen.  

    Praktische Tips voor overlanden in La Guajira  

    • Reistijd: Neem voldoende tijd voor de routes; ze zijn langer dan je denkt, zeker het laatste stuk zand richting Punta Gallinas.  
    • Beste periode: Reis tussen januari en september als je ook wilt kitesurfen; dan is de wind (18-25 knopen) het meest constant. Buiten dit seizoen kan het opvallend rustiger zijn op het water.
    • Uitrusting: Zorg voor een betrouwbare 4×4 en voldoende water en diesel; er is onderweg weinig tot niets te krijgen.  
    • Tol en roadblocks: Neem kleine geschenken mee zoals koffie, rijst of water, maar wees voorbereid op onderhandelingen. Zie het niet als bedelen, maar als een eeuwenoude Wayuu-gewoonte van geven en ontvangen; dat maakt het een stuk minder ongemakkelijk.
    • Accommodatie: Kies je overnachtingsplekken zorgvuldig; de kwaliteit varieert sterk. Wij verbleven met onze camper bij Hostal Kijoru.
    • Souvenir met betekenis: Koop een mochila, de bekende gekleurde schoudertas die Wayuu-vrouwen met de hand weven. Elk patroon vertelt een eigen verhaal; hoe fijner geweven, hoe langer het maken duurde.

    Zelf de wereld overlanden met dit soort comfort en betrouwbaarheid? Kom een kijkje nemen en ontdek wat de Pioneer voor jouw reis kan betekenen.